Flexibel privéleven, flexibel werkleven?

Kantoormedewerkers, de zogenaamde ‘witte boorden’, genieten een zekere mate van flexibiliteit. Door hun vaste werktijden weten ze waar ze van op aan kunnen, dat ze indien nodig vrij kunnen regelen of een dagje thuis kunnen werken. Arbeiders daarentegen missen hier een belangrijk stuk vrijheid. Ze zijn de motor van onze economie. De mensen die onze koffie zetten in de ochtend, ons verzorgen in het ziekenhuis en ons met de bus van A naar B brengen. Belangrijke activiteiten die onze maatschappij draaiende houden. Dus waarom genieten zij niet dezelfde flexibiliteit als kantoormedewerkers? Zeker de nieuwe generatie arbeiders is met de komst van platformen als Spotify, Netflix en Uber gewend aan een bepaalde mate van vrijheid, flexibliteit en mobiliteit in hun privéleven. Alles gebeurt waar en  wanneer zij dat willen. Waarom moeten zij, als ze aan het werk gaan, dan terug naar een oud systeem waarin het ontzettend moeilijk is een dienst om te ruilen? 

De strijd om te werven én behouden

Duiken we de cijfers in, dan zien we het effect dat bovenstaand probleem heeft. Zo werken mensen gemiddeld slechts 4,2 jaar als arbeider. 71 procent van de Nederlandse werkgevers met een ‘blue collar workforce’ heeft moeite om werknemers te werven en behouden. Met alle gevolgen van dien: een personeelstekort kan de bedrijfsgroei én de productiecapaciteit met wel 14 procent verminderen. Werknemers hebben verschillende redenen om een bedrijf te verlaten. Lage lonen (18%) en een gebrek aan loopbaanontwikkeling (25%) spelen hier een rol in, maar als belangrijkste reden noemen zij de onregelmatige uren en het gebrek aan flexibiliteit (54%). Slechts 19 procent geeft aan op dit moment flexibiliteit te ervaren op het werk. Hoewel 87 procent van de werkgevers het belang van flexibiliteit inziet, hebben zij overduidelijk moeite met het realiseren ervan.

Belangrijkste vertrekredenen:  onregelmatige uren en het gebrek aan flexibiliteit

Van tijdelijke baan naar carrière

Met eerdergenoemde resultaten in het achterhoofd, rijst uiteraard de vraag: wat nu? Verandering aanbrengen in de manier waarop arbeiders tegen hun werk aankijken zou een goed startpunt zijn. 38 procent van de werkgevers laat blijken dat medewerkers hun werk eerder als een tijdelijke baan dan als een carrière zien. Dit komt waarschijnlijk voort uit een gevoel onder medewerkers dat zij zich binnen hun werk niet genoeg kunnen ontwikkelen. 22 procent zegt dan ook hun baan op vanwege een tekort aan vooruitgang. Voor werkgevers liggen er dus grote kansen om te investeren in dit deel van hun workforce. Dit kan door opleidings- en bijscholingsmogelijkheden te bieden waarmee werknemers hun loopbaanontwikkeling kunnen verbeteren. Heldere communicatie is daarbij belangrijk, zodat medewerkers begrijpen welke mogelijkheden ze hebben en wat hen ten dienste staat.

One size doesn’t fit all

Bovenal blijft flexibiliteit de sleutel tot het aantrekken en behouden van werknemers. Hoewel flexibel werken belangrijker is geworden in alle segmenten van het werkveld, kan er altijd meer gedaan worden. Belangrijk daarbij is de wetenschap dat een ‘one size fits all’-strategie niet werkt. In plaats daarvan is het aan de werkgever om zijn werknemers een stem en een keus te geven en zo het type flexibiliteit te faciliteren dat het beste werkt voor ieder individu. Alleen door een gesprek te starten met werknemers kunnen werkgevers een stap in de juiste richting zetten.

Dit is een gastblog van Erik Fjellborg, CEO van Quinyx 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord