Waarom talentontwikkeling baat heeft bij verstrooidheid

Talentontwikkeling is een combinatie van leervermogen, leerbehoefte en leermogelijkheden. En de laatst twee zijn het beste te beïnvloeden.

Dit idee van Lideweij van der Sluis, dat zij uitsprak tijdens haar lezing op het Nationaal Opleiding & Ontwikkeling congres 2010, is het meest van alles blijven hangen. Het helpt je acties te focussen op die punten waar je effect kunt behalen, leerbehoefte en leermogelijkheden, en heeft tegelijkertijd de eenvoud en kracht van een mathematische formule:

LV + LB + LM = TO

In de sheets van haar presentatie kwam deze vergelijking niet terug, maar gelukkig vond ik op internet een andere presentatie met de volgende sheet:

De assen van talentontwikkeling

In dit schema vormen leervermogen en leermogelijkheden de ene as van talentontwikkeling en is leerbehoefte (als “som” van leerwens en leerklimaat) de andere as. En mijn blik bleef hangen bij leerbehoefte als combinatie van leerwens en leerklimaat.

Een discussie over leervermogen en leermogelijkheden (ben je dom geboren of word je dom gehouden) levert ongetwijfeld interessante uitspraken en meningen op. Meningen hebben we op dit moment genoeg, maar wat we misschien te weinig doen is dromen. Dromen van wat je wilt (de wens) en dromen over de omstandigheden waarin je droom mogelijk is (het klimaat). Volgens mij kunnen we ook wel wat meer verbeelding gebruiken.

“Als u zich leeg voelt: stop er wat in.”

Deze uitspraak komt uit Guus Kuijers Hoe word ik gelukkig. Meer nog dan een ‘zelfhulpboek’ is het een ode aan leren en ontwikkelen. In 158 pagina’s legt Kuijer uit hoe het volgens hem zit met passie en talent, wat schoonheid is (namelijk “het resultaat van adequaat vormgegeven enthousiasme”) en wat de samenleving daaraan heeft.

Passie is volgens Kuijer een heftige interesse en hij raadt iedereen aan er een te hebben, want “Wanneer je een passie hebt, verdiep je je ergens in, en wanneer je je verdiept verander je.”

Kennis en nieuwsgierigheid smaakt naar meer

Werkelijke interesse in een onderwerp heeft vervolgens een zwaan-kleef-aan-effect: “het ene interessegebied ‘kleeft’ aan het andere. Zo kunnen een sterrenkundige en een timmerman gezamenlijk interesse hebben voor Egyptische piramidebouwers, als ze maar in staat zijn zich in te leven in elkaars denkwijze.

Fascinatie voor een onderwerp leidt volgens Kuijer ook tot het vermogen je te concentreren, om op te gaan in je onderwerp en andere prikkels buiten te sluiten. Zolang dit geen obsessie met het gekozen onderwerp oplevert, is er niks mis met focus.

Verwant aan concentratie is verstrooidheid: “een heftige concentratie op iets dat op dat moment niet gaande is”. Verstrooidheid is belangrijk, omdat het mogelijk maakt “opgedane indrukken over te kunnen brengen van de ene omgeving naar de andere”.

De rol van verstrooidheid

Juist in een staat van verstrooidheid kan de verbeelding zijn werk doen. Terwijl je bezig bent nieuwe indrukken te verwerken, te oefenen met andere invalshoeken of je talent in een iets gewijzigde context toe te passen, verbeeld je een andere situatie dan die waarin je je bevindt.

Fascinatie en verstrooidheid zijn een essentiële voorwaarde om het talent van individuele medewerkers te oefenen, ontwikkelen en ontplooien. Een integrale leer-werkomgeving biedt ruimte om fascinatie en verstrooidheid hun werk te laten doen.

Over de auteur: Karin Tempelaar is adviseur kennisdeling en communicatie en werkt meer dan 10 jaar op het kruispunt van HR, communicatie en informatievoorziening, sinds 2009 onder de naam Lumax Producties. Wil je weten wat haar verstrooidheid oplevert aan inspirerende teksten en verhalen, meld je dan aan voor de nieuwsbrief.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie